Begrippen
Van materiaalgebruik tot circulaire principes: hier vind je uitleg van begrippen die relevant zijn binnen duurzaamheid, circulariteit en toekomstgericht interieur ontwikkelen.
Akoestische absorptie
Akoestische absorptie is het vermogen van een materiaal om geluid te absorberen. Het vermindert galm en verbetert comfort. Dit is belangrijk in openbare en werkruimtes. De absorptie wordt uitgedrukt in absorptiecoëfficiënt, meestal aangeduid met a (alfa) of Noise Reduction Coeffient (NRC).
BREEAM
BREEAM (Building Research Establishment Environmental Assessment Method) is een internationaal certificeringssysteem voor duurzame gebouwen. Het beoordeelt prestaties op onder andere energie, materiaalgebruik en gezondheid. BREEAM is de wereldwijd leidende, integrale methode om de duurzaamheid en energie-efficiëntie van gebouwen en gebieden te beoordelen.
BREEAM-In-Use
BREEAM-In-Use is een certificeringsmethode voor bestaande gebouwen in gebruik. Het meet duurzaamheidsprestaties op het gebied van beheer, energie, water en comfort. De methode biedt inzicht in verbeterkansen tijdens de gebruiksfase.
Bamboe
Bamboe is een snelgroeiend en hernieuwbaar materiaal. Het kan 30-60 cm per dag groeien en heeft sterke constructieve eigenschappen. Bamboe wordt toegepast als alternatief voor hout.
Bio-Afbreekbaar
Materiaal dat door micro-organismen (zoals bacteriën en schimmels en algen) kan worden afgebroken tot natuurlijke stoffen zoals water, CO₂ (of onder zuurstofarme omstandigheden methaan) en biomassa. De afbraaksnelheid en mate van afbraak hangen sterk af van omstandigheden zoals temperatuur, vocht, zuurstof en microbieel leven; veel materialen zijn alleen volledig afbreekbaar onder industriële composteercondities. Bio-afbreekbaar betekent niet automatisch composteerbaar en sluit reststromen en milieubelasting bij onjuiste verwerking niet uit.
Bio-composiet
Bio-composiet is een composietmateriaal op basis van natuurlijke vezels zoals vlas, hennep of jute. Het combineert goede technische eigenschappen met een lagere milieubelasting. Bio-composieten worden toegepast als alternatief voor traditionele op fossiele grondstoffen gebaseerde composieten.
Biobased materialen
Biobased materialen zijn geheel of gedeeltelijk gemaakt van hernieuwbare grondstoffen. Voorbeelden zijn hout, vlas en bamboe. Ze verminderen de afhankelijkheid van fossiele grondstoffen en kunnen CO₂ opslaan. Dit zijn dus grondstoffen welke in een mensenleven weer aangroeien.
Biologische kringloop
De biologische kringloop is een onderdeel van het Cradle to Cradle-principe. Materialen keren na gebruik veilig terug in de natuur en vormen nieuwe grondstoffen. Voorbeelden zijn composteerbare en biobased materialen.
Blended spaces
Blended spaces zijn ruimtes die meerdere functies combineren. Ze spelen in op flexibel en efficiënt ruimtegebruik. Dit sluit aan bij veranderende werk- en gebruiksvormen.
CO₂-footprint
De CO₂-footprint is een van de de impact categorieën binnen een LCA of EPD. Deze bestaat uit drie samenhangende onderdelen: de impact van productie, de impact tijdens gebruik en de impact aan het einde van de levensduur (zoals hergebruik, recycling of afvalverwerking). De CO₂-footprint beschouwt het geheel van deze fasen en maakt daarmee een integrale vergelijking tussen alternatieven mogelijk, ook wanneer de uitstoot per fase verschilt.
CO₂-prestatieladder
De CO₂-Prestatieladder is een Nederlands instrument dat bedrijven en overheden helpt hun CO₂-uitstoot te meten, reduceren en communiceren, zowel binnen de organisatie als in de keten. Het stimuleert continue verbetering en verduurzaming van omgevingen.
CO₂-reductiestrategie
Een CO₂-reductiestrategie is een planmatige aanpak om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. De strategie richt zich op keuzes in ontwerp, materiaalgebruik, productie en levensduur. CO₂-reductiestrategieën worden vaak ingezet binnen duurzaam bouwen en vastgoedontwikkeling.
CPL (Continuous Pressure Laminate)
CPL is een laminaat dat continu onder lagere druk wordt geproduceerd. Het wordt vooral gebruikt voor meubels en verticale toepassingen. CPL is minder slijtvast dan HPL.
Carbon Footprint
De carbon footprint is de totale uitstoot van broeikasgassen van een product, proces of organisatie welke direct en indirect worden uitgestoten. Deze uitstoot wordt uitgedrukt in CO₂-equivalenten. De carbon footprint wordt gebruikt om klimaatimpact te vergelijken en te reduceren.
Cascadering van materialen
Cascadering van materialen betekent hergebruik in toepassingen met afnemende kwaliteitsvereisten. Zo wordt maximale waarde uit grondstoffen gehaald.
Circulair bouwen
Circulair bouwen is een bouwmethode gericht op het sluiten van materiaalkringlopen om afval en milieu-impact te minimaliseren gedurende de hele levensduur. Ontwerpen gebeurt met hergebruik, demontabiliteit en het einde van de levensduur in gedachten.
Circulaire Economie
Een circulaire economie is een economisch systeem waarin grondstoffen zo lang mogelijk worden benut en afval wordt voorkomen. Producten en materialen behouden hun waarde door hergebruik, reparatie en recycling, met als doel economische groei los te koppelen van het gebruik van nieuwe grondstoffen. Dit is noodzakelijk om grondstoffenschaarste tegen te gaan, biodiversiteit te herstellen en de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, waarmee circulair werken bijdraagt aan het tegengaan van klimaatverandering.
Circulaire interieurbouw
Circulaire interieurbouw richt zich op het ontwerpen en realiseren van interieurs met behoud van materiaalwaarde. Hierbij wordt rekening gehouden met hergebruik, demontage en flexibiliteit. Circulaire interieurbouw draagt bij aan afvalreductie, CO₂ reductie en toekomstbestendige gebouwen.
Circulariteit
Circulariteit beschrijft de mate waarin producten, materialen en grondstoffen in gesloten kringlopen blijven. Hoe hoger de circulariteit, hoe minder nieuwe grondstoffen nodig zijn. Circulariteit speelt een centrale rol in duurzaam ontwerpen en bouwen.
Circularity Gap
Indicator die aangeeft welk aandeel van de materiaalstromen in de economie circulair wordt hergebruikt ten opzichte van het gebruik van primaire grondstoffen. Het begrip, bekend uit rapportages van Circle Economy, laat zien hoe ver een economie verwijderd is van volledige circulariteit en wordt gebruikt voor monitoring en beleidssturing.
Closed-loop systeem
Circulair systeem waarbij materialen binnen een gebruikskringloop blijven en opnieuw worden ingezet voor vergelijkbare toepassingen. Dit minimaliseert kwaliteitsverlies, vermindert de behoefte aan nieuwe grondstoffen en ondersteunt hoogwaardige recycling en hergebruik.
Co-creatie
Co-creatie is een samenwerkingsvorm waarbij meerdere partijen gezamenlijk ontwerpen en beslissen. Kennis en belangen worden gedeeld. Dit leidt vaak tot beter gedragen oplossingen.
Composietmateriaal
Composiet materialen bestaan uit meerdere componenten. Ze bieden sterke technische eigenschappen. Recycling is vaak complexer.
Cradle to Cradle (C2C) systeem
Cradle to Cradle is een ontwerpfilosofie zonder afval. Materialen circuleren in biologische of technische kringlopen. Bij C2C wordt afval als grondstof gezien.
Critical Raw Materials
Grondstoffen die economisch essentieel zijn maar een hoog leveringsrisico kennen door schaarste, geopolitieke afhankelijkheid of beperkte winning. Ze spelen een sleutelrol in sectoren zoals energie, technologie en industrie.
Datagedreven ontwerp
Datagedreven ontwerp gebruikt data als basis voor beslissingen. Dit verhoogt voorspelbaarheid. Het wordt steeds vaker toegepast.
Demontabel ontworpen
Demontabel ontwerpen betekent dat producten of constructies eenvoudig uit elkaar gehaald kunnen worden. Onderdelen blijven hierdoor geschikt voor hergebruik of reparatie. Dit vergroot de circulaire waarde van materialen.
Demontagehandleiding
Een demontagehandleiding beschrijft hoe producten veilig uit elkaar gehaald worden. Dit ondersteunt hergebruik en recycling. Het is belangrijk voor circulair beheer.
Design for Disassembly (DfD)
Design for Disassembly (DfD) is een ontwerpmethodiek waarbij producten zodanig worden ontworpen dat zij eenvoudig te demonteren zijn. Dit vergemakkelijkt reparatieen onderhoud, verlengt de levensduur en maakt hergebruik van onderdelen mogelijk. Daarnaast kan een goed demontabel ontwerp bijdragen aan efficiëntere productie en lagere assemblagekosten, doordat producten ook eenvoudiger te monteren zijn. DfD is een belangrijk principe binnen circulair ontwerpen.
Digital Product Passport (DPP)
Digitale dataset met gestructureerde informatie over herkomst, samenstelling, milieuprestaties, reparatie, onderhoud en circulariteit van een product over de gehele levenscyclus. Vergroot transparantie in de keten, ondersteunt hergebruik, reparatie en recycling en wordt binnen EU-beleid een belangrijk instrument voor circulaire productinformatie.
Digital Twin
Digitale representatie van een fysiek product, object of proces die realtime data gebruikt om prestaties, gebruik en onderhoud te monitoren en te optimaliseren. Wordt ingezet voor simulaties, voorspellend onderhoud en efficiënter beheer gedurende de levenscyclus, en ondersteunt hergebruik door inzicht te geven in staat, prestaties en restwaarde van producten en materialen.
Droge verbindingen
Droge verbindingen gebruiken geen lijm of kit. Voorbeelden zijn schroef- en klikverbindingen. Ze vergroten losmaakbaarheid en ondersteunen daardoor de circulariteit.
Duurzaamheidsprestaties
Duurzaamheidsprestaties geven aan hoe duurzaam een product, gebouw of interieur is. Ze worden vaak gemeten op energie, materiaal gebruik en milieu-impact.
Ecodesign vor Sustainable Products Regulation (ESPR)
EU-regelgeving die brede eisen stelt aan duurzaamheid, circulariteit, energie- en materiaalgebruik, repareerbaarheid en levensduur van producten. Vormt het overkoepelende kader voor productgebonden duurzaamheidsregels binnen de EU. Het Digital Product Passport is een voorbeeld van de uitwerking van de ESPR.
Emissieklasse (E1/E0)
Emissieklassen geven de uitstoot van schadelijke stoffen aan. Lagere klassen betekenen minder emissies. Dit draagt bij aan een gezonder binnenklimaat.
Environmental Product Declaration (EPD)
EPD staat voor Environmental Product Declaration. Een EPD bevat milieuprestaties van een product. De gegevens zijn gebaseerd op LCA. EPD’s zijn onafhankelijk geverifieerd.
Esthetische levensduur
De esthetische levensduur is de periode waarin een product visueel aantrekkelijk wordt gevonden. Deze levensduur bepaalt vaak vervanging. Ze verschilt meestal van de technische levensduur.
Fineer
Fineer is een dunne laag echt hout die wordt aangebracht op een drager. Het combineert een houtuitstraling met relatief efficiënt materiaalgebruik en wordt veel toegepast in interieurafwerking. Tegelijkertijd kan fineer, afhankelijk van houtsoort, herkomst, verlijming en afwerking, een relatief hoge CO₂-impact hebben door bosbeheer, transport en productieprocessen.
Functionele scheidbaarheid
Functionele scheidbaarheid betekent dat functies los van elkaar kunnen worden aangepast. Dit vergemakkelijkt onderhoud. Het verlengt de levensduur.
Gerecycled aluminium
Gerecycled aluminium is aluminium afkomstig uit hergebruik. De productie vereist tot 95% minder energie dan nieuw aluminium. Het materiaal is onbeperkt recyclebaar.
Gerecycled staal
Gerecycled staal wordt geproduceerd uit secundaire grondstoffen. Het bespaart tot 75% energie ten opzichte van primaire staalproductie. Gerecycled staal behoudt zijn technische kwaliteit.
Grondstoffenpaspoort
Een grondstoffenpaspoort geeft inzicht in de oorsprong en samenstelling van de gebruikte grondstoffen binnen een product of gebouw. In de praktijk overlapt dit begrip deels met materiaal- en productpaspoorten. Omdat er momenteel geen eenduidig, erkend format bestaat, worden deze paspoorten vaak gezamenlijk gebruikt om transparantie te bieden over herkomst, samenstelling en mogelijkheden voor toekomstig hergebruik en recycling.
HPL (High Pressure Laminate)
Dunne toplaag opgebouwd uit meerdere lagen papier gedrenkt in hars, die onder hoge druk en temperatuur wordt geproduceerd. Het is slijtvast en wordt daarom veel toegepast in intensief gebruikte interieurs, en is verkrijgbaar in verschillende reproducties met een esthetische toplaag.
Hernieuwbare grondstoffen
Hernieuwbare grondstoffen zijn materialen die zich binnen korte tijd kunnen vernieuwen. Voorbeelden zijn hout en biopolymeren. Ze dragen bij aan een duurzamer grondstoffengebruik. Het verschil met bio based is dat hernieuwbare grondstoffen ook niet levende stoffen zoals water en klei kunnen bevatten.
Houtcertificering (PEFC/FSC)
PEFC- en FSC-certificering tonen aan dat hout afkomstig is uit duurzaam beheerde bossen. Ze waarborgen verantwoord bosbeheer. Houtcertificering wordt vaak toegepast in duurzame bouwprojecten.
ISO 14001
ISO 14001 is een internationale norm voor milieumanagementsystemen. De norm helpt organisaties om hun milieubelasting structureel te beheersen en te verbeteren. ISO 14001 richt zich op continue monitoring en verbetering van milieuprestaties volgens de Plan-Do-Check-Act (PDCA) cyclus.
Impactmeting
Impactmeting is het in kaart brengen van de effecten van producten of projecten op milieu, maatschappij en economie. De meting maakt duurzaamheid objectief en vergelijkbaar. Impactmeting wordt vaak gebruikt bij besluitvorming en verantwoording.
Integrale ontwerpaanpak
Een integrale ontwerpaanpak combineert techniek, duurzaamheid, gebruik en esthetiek. Alle disciplines worden in samenhang bekeken. Dit voorkomt suboptimalisatie in projecten.
Klimaatimpact
Klimaatimpact is de invloed van activiteiten, producten of gebouwen op klimaatverandering. Deze impact wordt meestal uitgedrukt in broeikasgasemissies. Het verminderen van klimaatimpact is een belangrijk doel binnen duurzaam en circulair bouwen.
Kurk
Kurk is een hernieuwbaar materiaal afkomstig uit de bast van de kurkeik. Het heeft isolerende en akoestische eigenschappen en is veerkrachtig. De boom blijft leven na het oogsten van de bast.
LEED
LEED is een internationaal certificeringssysteem voor duurzame gebouwen, oorspronkelijk ontwikkeld in de Verenigde Staten. Het beoordeelt prestaties op het gebied van energie, watergebruik, materialen en binnenklimaat. LEED wordt wereldwijd toegepast bij nieuwbouw en renovatie.
Levenscyclusanalyse (LCA)
Gestandaardiseerde methode (ISO 14040/14044/14067) om de totale milieubelasting van een product, dienst of proces in kaart te brengen over de volledige levenscyclus. Dit gebeurt “van de wieg tot het graf”: van grondstofwinning, productie en transport tot gebruik en einde levensduur (afvalverwerking). Een LCA vormt de basis voor duurzaamheidsberekeningen en het onderbouwen van milieuprestaties.
Levensduurverlenging
Levensduurverlenging betekent het verlengen van de gebruiksduur van producten of materialen. Dit kan door onderhoud, aanpasbaarheid of hergebruik. Het verlaagt grondstofverbruik en milieubelasting.
Levensloopbestendig Ontwerp
Ontwerpbenadering waarbij ruimtes en meubels flexibelen aanpasbaar worden ontworpen, zodat ze gedurende de volledige levensloop bruikbaar blijven bij veranderende behoeften. Dit gebeurt in nauwe afstemming met de opdrachtgever, waarbij toekomstig gebruik, functiewijzigingen en veranderende gebruikers centraal staan in het ontwerpproces.
Linoleum
Linoleum is een vloerbedekking of toplaag voor meubels gemaakt van natuurlijke grondstoffen zoals lijnolie, hars, kurkmeel en houtvezels. Het materiaal is duurzaam en biologisch afbreekbaar. Linoleum wordt veel toegepast in utiliteitsgebouwen.
MKI-reductie
MKI-reductie betekent het verlagen van de Milieu Kosten Indicator van een product, projectof ontwerp. Met andere woorden, de milieuschade (uitgedrukt in geld) verminderen.
MKI-waarde
De MKI-waarde staat voor Milieu Kosten Indicator. Het is een getal dat de totale milieubelasting van een product uitdrukt in euro’s. Hoe lager de MKI-waarde, hoe lager de milieu-impact.
Materiaalherkomst
Materiaalherkomst beschrijft waar en hoe een materiaal is geproduceerd. Dit is relevant voor duurzaamheid en transparantie. Het speelt een rol bij certificering.
Materiaalpaspoort
Een materiaalpaspoort is een digitaal overzicht van de gebruikte materialen en fungeert als een ingrediëntenlijst: het maakt inzichtelijk uit welke grondstoffen een product of object is opgebouwd en welke mogelijkheden er zijn voor hergebruik of recycling. Het materiaalpaspoort wordt in de praktijk vaak gezamenlijk gebruikt met een grondstoffenpaspoort.
Materiaalterugname
Materiaalterugname is het proces waarbij materialen na gebruik worden teruggenomen. Dit kan door producenten of ketenpartners. Het ondersteunt gesloten kringlopen.
Milieu-impactanalyse
Een milieu-impactanalyse brengt de milieueffecten van producten of projecten in kaart. De analyse ondersteunt duurzame besluitvorming. Vaak wordt gebruikgemaakt van LCA-data en het is hier ook een vitaal onderdeel van.
Milieubelasting
Milieubelasting beschrijft de impact van een product of activiteit op het milieu. Hierbij wordt gekeken naar grondstofgebruik, uitstoot, energieverbruik en afval. Milieubelasting wordt berekend aan de hand van een LCA.
Modulair ontwerpen
Modulair ontwerpen is een methode waarbij producten of gebouwen bestaan uit uitwisselbare modules. Dit maakt onderhoud, uitbreiding en aanpassing eenvoudiger. Modulair ontwerpen ondersteunt flexibiliteit en circulariteit.
Oceaanplastic
Oceaanplastic is kunststof vervaardigd uit plastic afval dat uit oceanen en kustgebieden is verzameld. Het voorkomt verdere vervuiling en geeft afval een tweede leven. Oceaanplastic wordt steeds vaker toegepast in producten en interieurs.
Onderhoudsgevoeligheid
Onderhoudsgevoeligheid geeft aan hoeveel onderhoud een materiaal nodig heeft. Dit beïnvloedt levensduur en gebruikskosten. Het is een belangrijk selectiecriterium.
Ontwerpoptimalisatie
Ontwerp optimalisatie is het verbeteren van een ontwerp op basis van vooraf vastgestelde criteria. Dit kan gericht zijn op duurzaamheid, kosten of prestaties.
Oogsten
Het selectief demonteren en veiligstellen van bestaande materialen en onderdelen voor hergebruik, meestal vóór renovatie of sloop. Bijvoorbeeld systeemwanden, deuren, kozijnen, armaturen, plafondplaten en meubelonderdelen kunnen vaak goed worden geoogst. Oogsten voorkomt verspilling en behoudt materiaalwaarde en valt binnen de R-ladder vooral onder Re-use, en afhankelijk van de bewerking ook onder Refurbish of Repurpose.
Oogstlijst
Gestructureerd overzicht van herbruikbare materialen en onderdelen uit een gebouw of interieur, opgesteld na inventarisatie en inspectie. Bevat doorgaans informatie over aantallen, afmetingen, staat, demontagemethode en mogelijke toepassingen (bijv. verlichting, sanitair, balies, glaswanden). De oogstlijst ondersteunt planning, logistiek en verwerking en vormt de basis voor circulaire herinzet conform de R-ladder.
Open-loop recycling
Vorm van recycling waarbij materialen worden verwerkt tot grondstoffen voor andere toepassingen dan waarvoor ze oorspronkelijk bedoeld waren. De materiaalkwaliteit neemt hierbij vaak af (downcycling), waardoor het materiaal minder hoogwaardig wordt ingezet en doorgaans minder vaak opnieuw kan worden gerecycled. Het wordt veel toegepast bij gemengde of lastig te scheiden materiaalstromen.
Paris Proof
Paris Proof betekent dat gebouwen voldoen aan de klimaatdoelen van het Akkoord van Parijs. Dit vereist een zeer lage CO₂-uitstoot. Paris Proof wordt gebruikt als richtlijn voor toekomstbestendig bouwen.
Product-as-a-Service
Product-as-a-Service is een businessmodel waarbij gebruik centraal staat in plaats van eigendom. De producent blijft verantwoordelijk voor onderhoud en levensduur. Dit stimuleert circulair gebruik.
R-ladder
De R-ladder is een strategisch, hiërarchisch model dat circulaire strategieën ordent van refuse tot Recover. Het model helpt bij het prioriteren van circulaire keuzes, waarbij hogere strategieën in principe meer circulariteit nastreven. Het volgen van de R-ladder leidt echter niet automatisch tot milieuwinst; de daadwerkelijke impact is afhankelijk van context, toepassing en levenscyclusanalyse en moet daarom altijd worden onderbouwd en getoetst.
Re-use (R-ladder)
Middelhoge trede in de R-ladder: het opnieuw gebruiken van producten of onderdelen in hun oorspronkelijke functie zonder ingrijpende bewerking. Dit verlengt de levensduur en voorkomt nieuwe materiaalinzet.
Recover (R-ladder)
Laagste trede van de R-ladder: het terugwinnen van energie uit afval door verbranding wanneer hergebruik of recycling niet meer mogelijk is. Materiaal gaat hierbij verloren, maar de energiewaarde wordt benut.
Recycle (R-ladder)
Lage trede van de R-ladder: het verwerken van afvalmaterialen tot secundaire grondstoffen voor nieuwe producten. Het proces omvat inzameling, sortering en bewerking, vraagt doorgaans energie en kan gepaard gaan met kwaliteitsverlies (downcycling), waardoor hoogwaardig hergebruik vaak de voorkeur heeft.
Redesign (R-ladder)
Hoge trede in de R-ladder: het (her)ontwerpen van producten en interieurs om materiaalgebruik te verminderen en circulariteit te vergroten. De focus ligt op modulaire opbouw, demontage, hergebruik, langere levensduur en vermindering van primair materiaal gebruik.
Reduce (R-ladder)
Hoge trede in de R-ladder: het minimaliseren van materiaal- en energiegebruik door efficiënter te ontwerpen, produceren en gebruiken. Wordt vaak gecombineerd met lagere treden zoals Re-use en Repair, bijvoorbeeld door minder materialen toe te passen, lichtere constructies te kiezen en bestaande onderdelen te integreren.
Refurbish (R-ladder)
Middelhoge trede in de R-ladder: het opknappen en gedeeltelijk vernieuwen van een product met behoud van de oorspronkelijke functie. Voorbeelden zijn het overspuiten van meubels, vervangen van fronten of vernieuwen van stoffering.
Refuse (R-ladder)
Hoogste trede van de R-ladder: het vermijden van materiaalgebruik door producten of grondstoffen niet af te nemen wanneer ze niet nodig zijn. Richt zich op preventie aan de bron, bijvoorbeeld door functies anders op te lossen (shared use, digitalisering) of bestaande elementen te behouden.
Regeneratief ontwerpen
Regeneratief ontwerpen is een ontwerpbenadering die gericht is op het herstellen en versterken van natuurlijke systemen. Het gaat verder dan het beperken van schade. Regeneratief ontwerp draagt actief bij aan ecologische en sociale verbetering.
Remanufacture (R-ladder)
Lagere middentrede in de R-ladder: het vervaardigen van een product met hergebruikte onderdelen tot een niveau vergelijkbaar met nieuw. Componenten worden gedemonteerd, gecontroleerd en opnieuw geassembleerd; vaak met vervanging van slijtagedelen. Deze manier is vergelijkbaar met het reviseren van een product.
Renovatiecyclus
De renovatiecyclus is de periode waarin een gebouw of interieur wordt vernieuwd. Deze cyclus beïnvloedt materiaalkeuze. Kortere cycli vragen om flexibele oplossingen.
Repair (R-ladder)
Middelhoge trede in de R-ladder: het herstellen van defecte producten zodat ze opnieuw gebruikt kunnen worden.
Repurpose (R-ladder)
Lagere middentrede in de R-ladder: het herbestemmen van producten of onderdelen voor een andere functie dan oorspronkelijk bedoeld. Hierbij blijft het materiaal behouden, maar verandert de toepassing, waardoor het lager op de ladder staat dan hergebruik met behoud van functie.
Reststroomverwerking
Reststroomverwerking gaat over het verwerken van overgebleven materialen. Goede verwerking vermindert afval. Het draagt bij aan circulair materiaalgebruik.
Restwaarde
Restwaarde is de waarde die een product of materiaal behoudt na gebruik. Deze waarde kan economisch of functioneel zijn. Restwaarde speelt een belangrijke rol in circulaire businessmodellen.
Reverse logistics
Reverse logistics is het terughalen van producten na gebruik. Dit maakt hergebruik en recycling mogelijk. Het is essentieel voor circulaire ketens.
Secundaire grondstoffen
Secundaire grondstoffen zijn materialen die afkomstig zijn uit hergebruik of recycling. Ze vervangen primaire, nieuw gewonnen grondstoffen. Dit vermindert milieubelasting en grondstoffenschaarste.
Social Return (SROI)
Social Return on Investment meet maatschappelijke waarde naast financiële opbrengsten. Het kan gaan om werkgelegenheid of inclusiviteit. SROI wordt vaak toegepast bij publieke projecten.
Technische kringloop
De technische kringloop is een Cradle to Cradle-principe voor eindige grondstoffen. Materialen blijven circuleren door hergebruik en recycling zonder kwaliteitsverlies. Metalen en kunststoffen zijn hier typische voorbeelden.
Technische levensduur
De technische levensduur is de periode waarin een product technisch functioneert. Deze levensduur is vaak langer dan de gebruiksduur. Dit verschil is relevant in circulair ontwerp.
Total Cost of Ownership (TCO)
Total Cost of Ownership omvat alle kosten gedurende de levensduur van een product of gebouw. Dit zijn onder andere aanschaf, onderhoud en vervanging. TCO ondersteunt langetermijn besluitvorming, en kan in deze zin een behulpzaam instrument zijn in de totstandkoming van circulaire projecten.
True Cost
True Cost is een benadering waarbij naast financiële kosten ook milieu- en sociale kosten worden meegenomen. Deze normaal verborgen kosten worden uitgedrukt in geld, waardoor de werkelijke kosten van een product of dienst zichtbaar worden. Net als bij de MKI-methodiek in de bouw maakt True Cost milieuschade financieel inzichtelijk en geeft het een realistischer beeld van de totale impact.
Turn-key realisatie
Turn-key realisatie betekent dat één partij het volledige project uitvoert. Dit loopt van ontwerp tot oplevering. Het biedt duidelijkheid in verantwoordelijkheid.
Upcycling
Upcycling is het hergebruiken van materialen waarbij de waarde toeneemt. In tegenstelling tot recycling blijft de kwaliteit gelijk of verbetert deze. Upcycling voorkomt materiaalverlies.
Urban mining
Urban mining is het terugwinnen van grondstoffen uit bestaande gebouwen of producten. De directe leefomgeving wordt gezien als grondstoffenbron. Dit vermindert nieuwe winning.
VCA
VCA staat voor Veiligheid, Gezondheid en Milieu Checklist Aannemers. Het is een Nederlandse certificering die gericht is op veilig en verantwoord werken. VCA wordt veel toegepast binnen bouw- en technische sectoren.
WELL Building Standard
De WELL Building Standard is een internationale, op wetenschappelijk bewijs gebaseerde standaard die gebouwen beoordeelt op hun impact op de gezondheid en het welzijn van de gebruikers. De focus ligt op luchtkwaliteit, licht, comfort en mentale gezondheid. WELL-certificering draait om de gebruiker van de ruimte.
Waardebehoud
Waardebehoud is het vermogen van een product of materiaal om zijn functionele, esthetisch een economische waarde te behouden. Dit voorkomt voortijdige vervanging en afval. In circulaire toepassingen is waardebehoud een belangrijk ontwerpcriterium.
Zaagoptimalisatie
Zaagoptimalisatie is het efficiënt indelen van materiaal om snijverlies te beperken. Dit verhoogt materiaalrendement. Het vermindert afval.


