Materiaalpaspoorten: inzicht in wat je maakt

In de discussie over duurzaam en circulair bouwen worden de termen materiaalpaspoort en EPD (Environmental Product Declaration) regelmatig door elkaar gebruikt. Hoewel beide bijdragen aan een duurzamere gebouwde omgeving, vervullen ze een verschillende functie. Het begrijpen van dat onderscheid is belangrijk voor opdrachtgevers, ontwerpers, leveranciers en beleidsmakers die duurzame keuzes willen maken en onderbouwen.

Het materiaalpaspoort als basis voor circulariteit

Een materiaal, meubel of gebouw paspoort geeft inzicht in de materialen die zijn toegepast in een product, meubel, gebouw of constructie. Het document bevat informatie over onder meer de samenstelling, hoeveelheden, herkomst en mogelijkheden voor hergebruik of recycling. Daarmee vormt het een belangrijk hulpmiddel binnen de circulaire economie.

De kracht van zo’n paspoort ligt vooral in het creëren van transparantie. Het maakt zichtbaar welke grondstoffen aanwezig zijn en helpt om deze materialen in de toekomst zo hoogwaardig mogelijk opnieuw in te zetten. Daarmee laat het zien wát er in een product zit, maar niet automatisch hoe duurzaam het product is.

Gasunie, 2024

De EPD als objectieve milieudeclaratie

Een EPD heeft een ander doel. Dit document presenteert de milieuprestaties van een product op basis van een levenscyclusanalyse (LCA). Daarbij wordt gekeken naar de milieu-impact gedurende de volledige levenscyclus: van grondstofwinning en productie tot transport, gebruik en verwerking aan het einde van de levensduur.

Wat een EPD onderscheidt van veel andere duurzaamheidsdocumenten, is de mate van standaardisatie. EPD's worden opgesteld volgens internationale normeringen van EN en ISO en worden onafhankelijk geverifieerd voordat ze gepubliceerd worden. Let bij het beoordelen van een EPD er op dat deze ook daadwerkelijk onafhankelijk is geverifieerd. Alleen dan zijn de resultaten transparant, reproduceerbaar en onderling vergelijkbaar.

Voor ontwerpers en inkopers biedt dit een betrouwbare basis om producten op milieuprestatie met elkaar te vergelijken en keuzes te maken die aantoonbaar bijdragen aan een lagere milieu-impact.

Verschillende doelen, verschillende eisen

Juist omdat de doelen verschillen, verschillen ook de eisen die aan een materiaalpaspoort en EPD worden gesteld.

Een materiaalpaspoort is primair gericht op circulariteit en grondstoffenbeheer. De nadruk ligt op het vastleggen van informatie die later kan worden gebruikt voor onderhoud, renovatie, demontage en hergebruik. Er bestaat echter nog geen wereldwijd uniforme standaard voor de inhoud en opbouw van een materiaalpaspoort. Daardoor kunnen de gebruikte methoden, databronnen en detailniveaus sterk uiteenlopen.

Een EPD daarentegen is expliciet ontwikkeld als gestandaardiseerd milieudocument. De onderliggende methodiek ligt vast en onafhankelijke verificatie is een essentieel onderdeel van het proces.

Wat je kunt meten, kun je circulair maken.

Betrouwbaarheid en vergelijkbaarheid

Dat betekent niet dat een materiaalpaspoort minder waardevol is dan een EPD. Integendeel: zonder inzicht in materiaalstromen is een circulaire bouwsector ondenkbaar. Wel vraagt het gebruik van materiaalpaspoorten om een kritische blik op de kwaliteit van de gegevens.

De betrouwbaarheid van een materiaalpaspoort hangt namelijk sterk af van de gebruikte methode, de actualiteit van de informatie en de kwaliteit van de aangeleverde data. Wanneer verschillende partijen verschillende uitgangspunten hanteren, wordt het lastiger om materiaalpaspoorten onderling te vergelijken.

Bij EPD's is die vergelijkbaarheid juist een van de belangrijkste voordelen. Dankzij de gestandaardiseerde opzet en onafhankelijke verificatie kunnen gebruikers met meer zekerheid producten naast elkaar leggenen de milieuprestaties beoordelen.

Complementair in plaats van concurrerend

In de praktijk vullen materiaalpaspoorten en EPD's elkaar aan. Waar een materiaalpaspoort antwoord geeft op de vraag ‘wat zit erin?’, geeft een EPD antwoord op de vraag ‘wat is de milieu-impact?’. Vergelijk het met een ingrediëntenlijst op een voedingsmiddel: die laat zien waaruit een product bestaat, maar niet direct hoe gezond het is. Voor een volledig beeld zijn meerdere meetmethoden nodig.

Bij een EPD gaat het met name om nieuw gecreëerde materialen, als je materialen gaat hergebruiken binnen een project wordt het opstellen van een EPD zo goed als onmogelijk omdat dit vaak een kortdurend, niet reproduceerbaar en niet onafhankelijk te verifiëren proces is. In zo’n situatie biedt een materiaalpaspoort aangevuld met de forfaitaire impact van transport en eventuele aanpassingen uitkomst om toch een goed beeld te krijgen van de impact van een hergebruikt meubel, onderdeel of materiaal.  

Voor organisaties die zowel circulair als duurzaam willen bouwen, ligt de grootste meerwaarde daarom in het combineren van materiaalpaspoorten en EPD’s.

Het materiaalpaspoort ondersteunt de circulaire strategie, terwijl EPD's zorgen voor een objectieve en verifieerbare onderbouwing van milieuprestaties. Samen vormen zij een krachtig fundament voor de gebouwde omgeving van de toekomst.

Gasunie, 2024

Transparantie en circulariteit in de praktijk

Bij Zwartwoud koppelen we al tijdens de ontwikkelfase materiaalpaspoorten en EPD gegevens aan onze circulaire projecten. Zo worden materiaalpaspoorten niet alleen een tool voor registratie, maar ook een hulpmiddel voor ontwerpoptimalisatie en impactmeting. Door de gebruikte materialen te koppelen aan de EPD gegevens maken we zichtbaar hoe materialen bijdragen aan CO₂-reductie, circulaire prestaties en duurzaam materiaalgebruik. Zo ontstaat een completer beeld van de milieubelasting van een interieur.

Een concreet voorbeeld is een modulair wandpaneel dat wordt voorzien van informatie over houtsoort, coating, gewichten van de verschillende materialen, de onderlinge bevestigingsmethoden en toekomstige demontage. Dankzij droge verbindingen en demontabel ontwerp kunnen onderdelen eenvoudig worden losgemaakt en opnieuw ingezet binnen een nieuw interieur.

Van inzicht naar toekomstbestendig ontwerp

Omdat wij materiaalpaspoorten op meubelniveau maken noemen we dit document zelf een meubelpaspoort. In Het Zwartwoud meubelpaspoort wordt ontwikkeld in samenspraak en op maat voor de klant. In dit document is vastgelegd welk percentage van het meubel bestaat uit hergebruikt, biobased, gerecycled, of nieuw materiaal. Ook bevat het paspoort een productexplosie van het meubel, waardoor op componentniveau zichtbaar wordt hoe het product is opgebouwd en hoe onderdelen losmaakbaar zijn. Hierdoor ontstaat inzicht in de toekomstige inzetbaarheid van materialen en componenten.

Onze meubelpaspoorten sluiten aan op toekomstige ontwikkelingen zoals het Digital Product Passport (DPP), waarin data over herkomst, circulariteit, onderhoud en milieuprestaties digitaal beschikbaar wordt gemaakt. Daarmee groeit het meubelpaspoort uit van een intern document naar een belangrijk instrument binnen circulaire waardeketens en toekomstige Europese regelgeving zoals de ESPR.

Gerelateerde artikelen

Bekijk alle artikelen
Zwartwoud investeert in verdere digitalisering en automatisering van het productieproces
Organisatie
Zwartwoud investeert in verdere digitalisering en automatisering van het productieproces
Zwartwoud investeert in innovatie met de HOMAG DRILLTEQ V-310. Sneller, duurzamer en efficiënter produceren dankzij automatisering en JTF-subsidie.
Lees meer
Social Return als onderdeel van duurzaam ontwerpen
Organisatie
Social Return als onderdeel van duurzaam ontwerpen
Duurzaam ontwerpen gaat ook over mensen. Lees hoe Social Return maatschappelijke waarde toevoegt aan circulaire projecten.
Lees meer
Zwartwoud combineert traditioneel vakmanschap met moderne technieken
Materialen
Zwartwoud combineert traditioneel vakmanschap met moderne technieken
Zwartwoud combineert traditioneel vakmanschap met moderne productietechnieken om duurzame, precisie-gedreven en toekomstbestendige interieurs te creëren.
Lees meer